Aanraken, knuffelen, huid-op-huidcontact en een flinke dosis liefde: dit zijn DE ingrediënten voor een goede hechting. Je kleintje gaat zich vanuit deze gezonde ‘mix’ veilig voelen en vanuit dit veilige gevoel (bij jou als opvoeder) durft hij los te laten om vervolgens de grote wereld te ontdekken. Hechting vormt uiteindelijk de basis voor een gezonde emotionele, sociale, verstandelijke en motorische ontwikkeling.

Klinkt natuurlijk goed, maar wat is hechting eigenlijk?

Met nette woorden: ‘Hechting is een duurzame affectieve relatie tussen kind en opvoeder’, oftewel: de (emotionele) band tussen kind en ouder, waarbij de eerste twee levensjaren het meest belangrijk zijn. Een intressant weetje daarbij is dat een baby zich maar aan een paar personen kan hechten. Het eerste waar je waarschijnlijk dan aan denkt zijn degene die hem eten en drinken geven, maar niets is minder waar: het gaat juist om degene die het sociale contact met hem heeft.

De grondlegger van de hechtingstheorie:

De Engelse psychiater John Bolwbly (1907-1990) was de man die de hechtingstheorie heeft omschreven. Een van zijn beweringen was dat kinderen die veilig gehecht zijn het gevoel hebben het ‘waard’ te zijn en durven ook meer te vertouwen op steun en troost indien ze dat nodig zouden hebben. Hij maakte hier onder andere mee duidelijk dat ‘kinderden laten huilen’ geen goed idee is, waardoor deze ‘hippe/ moderne aanpak van nu’ in de jaren 50 al beschreven stond.

Waarom is hechting eigenlijk zo belangrijk?

Ronde de eerste verjaardag van je kleintje komt de hechtingsrelatie tot stand, welke je kan zien als het prototype van alle relaties die je kleintje in zijn verdere leven zal hebben. Sociaal en vertrouwen, maar ook wantrouwen en onzekerheden zijn voorbeelden die gevormd zijn in de eerste jaren van de hechting. Je kan dus spreken van veilige en onveilige hechting.

Veilige hechting:

Eigenlijk zegt dit al genoeg, je voelt je veilig in relaties. Voor je kleintje gaat dit natuurlijk om de relatie die hij met jou heeft als opvoeder. En de ‘mix’ van bovengenoemde ingrediënten zorgen al voor een fijne en veilige basishechting.

“25 tot 30 procent van de bevolking heeft in meer of mindere mate hechtingsproblemen, ongeveer 1 procent heeft een hechtingsstoornis”

Helaas bestaat er ook zoiets als onveilige hechting..
Onveilige hechting komt in drie verschillende vromen voor:

  1. Onveilig vermijdend gehecht;
  2. Onveilig afwerend gehecht;
  3. Gedesorganiseerd gehecht.

1. Onveilig vermijdend gehecht: Kinderen die onveilig vermijdend gehecht zijn ervaren de wereld om zich heen als niet veilig. Zij voelen een enorme leegte en bezitten niet de vaardigheden om met anderen in contact te komen. Daarnaast zorgt een spannende situatie bij hen voor stress, maar dit valt niet meteen op. Deze kinderen zoeken weinig tot geen steun bij hun opvoeder, ook niet wanneer dit wel zou moeten. Eenmaal volwassen ervaren zij de wereld heel anders: de emotionele en mentale kant van het leven (gevoelens, verlangens, dromen en gedachten) is een kant die hen niet bekend is, omdat zij dit in hun jeugd door omstandigheden nooit hebben ontwikkeld.

2. Onveilig afwerend gehecht: In tegenstelling tot hierboven zoeken deze kinderen juist veel toenadering bij hun opvoeder en vinden ze het lastig om zelfstandig activiteiten uit te voeren. De wereld om hun heen voelt niet veilig en dat kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld een niet veilige gezinssituatie of opgroeien in oorlogsgebied.

3. Gedesorganiseerd gehecht: hierbij is vaak sprake van een combinatie van bovengenoemde punten. Enerzijds zoeken zij toenadering bij de opvoeder, anderzijds zorgt dit voor veel stress. Vaak komt dit voort uit een ingrijpende gebeurtenis (trauma). Je ziet dat een kind toenadering zoekt, maar wel met de rug naar de opvoeder toe. Verstarren, stil houden, ongerichte -, onvolledige of onderbroken bewegingen zijn vaak kenmerken van gedesorganiseerde hechting. Kinderen weten zich hierbij geen raad: ze voelen zich zowel veilig als angstig bij hun opvoeder.

Onzekerheid over onveilige hechting:

De onzekerheid over onveilige hechting bij ouders van een onrustig kleintje is vaak groot. Met regelmaat krijg ik vragen als ‘doe ik het wel goed?’ ‘is dit schadelijk?’ of ‘kan ik hem wel laten huilen?’. Logische vragen, bij zoveel onrust kan dit ouders goed onzeker maken, zeker gezien alle voordelen van goede hechting. Om deze reden wordt het stukje hechting (aan de hand van de Droomritme Methode) uitgebreid meegenomen in een op maat gemaakt droomplan voor jouw kleintje.

Hoe bevorder je een goede hechting tussen jou en je kleintje?

Allereerst is het belangrijk om te weten dat je niet even een paar uur per dag veilig kunt hechten. Het is niet iets wat je even in je agenda kunt inplannen. Even bestaat niet, je laat het juist altijd voelen in alles wat je overbrengt naar je kleintje. Geef hem vertrouwen door er te zijn wanneer hij je nodig heeft en door te troosten bij verdriet. Leef je in en handel naar zijn behoeftes. Help je kleintje bij het leren ontdekken van de grote wereld. Onderstaande momenten kunnen daarbij bevorderend zijn:

  1. Aanrakingen: je kleintje heeft minimaal 8 aanrakingen per dag nodig , wil hij zich verbonden voelen met jou. Maar wanneer je kleintje zich iets minder voelt (bijv. bij onrust), dan zijn dit minimaal 12 aanrakingen. Het hoeft echt niet heel ingewikkeld of lang te zijn: een knuffel, even je hand op het buikje of een schouderklopje zijn fijne, maar krachtige aanrakingen voor de hechting;
  2. Praten en oogcontact: zelf de allerkleinste hebben vanaf dag één behoefte aan een gezellig gesprekje waarbij ze echt gezien worden;
  3. Deze drie momenten hebben de meeste impact:
  • De eerste 3 minuten nadat je kleintje wakker is geworden;
  • De eerste 3 minuten nadat je je kleintje hebt opgehaald bij de oppas;
  • De laatste 3 minuten voordat je kleintje gaat slapen.
Hierdoor voelt je kleintje zich gezien,
gehoord en geliefd!

En net als groeien komt hechting ook in sprongetjes:

  • 1e fase: 0-3 maanden oud: basisveiligheid
  • 2e fase: rond de 8 maanden: eenkennigheid
  • 3e fase: 9-18 maanden: scheidingsangst overwinnen
  • 4e fase 18 maanden-6 jaar: losmaken en zelfstandigheid

De een maakt zo’n sprongetje net wat sterker door dan de ander, maar het blijft voor zowel jullie (als opvoeder) als voor je kleintje soms een lastige periode. Zo’n sprongetje maken is natuurlijk niet niks en daarom schreeuwt hij soms letterlijk om jou voor een gevoel van veilige hechting.

Dus een goed excuus om er extra op los te knuffelen!
Kom maar op met die veilige hechting..

Heb je vragen naar aanleiding van deze blog?

Ik sta voor je klaar! 
Bel: 0657172120
Of mail naar: info@bresswaterland.nl

Maayke

Pedagoog, onrustdeskundige en kinderslaapcoach