Knop omzetten en slapen, was het maar zo simpel! Je kleintje goed leren slapen en af en toe bijsturen is belangrijk. Gelukkig kun je een aantal dingen doen om het slapen te bevorderen, ofwel: slaapboosters! Deze maand behandel ik er iedere week een. Lees je mee?

Slaapbooster 1: RUST

De kleinste dingen, voor ons heel normaal, maken je kleintje soms al prikkelgevoelig. Het resultaat? Er ontstaat onrust, met weinig slaap tot gevolg. Rust klinkt dan heel logisch, maar dat is soms iets makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe kun je bevorderen?

  • Je kleintje afschermen voor te veel indrukken: kleintjes kunnen zichzelf nog niet afschermen van alle indrukken en prikkels. Het zijn net kleine sponsjes: ze absorberen alles. Beperk het dus tot 1 uitje per dag, houd bezoek beperkt en houd de omgeving rustig, zodat je kleintje aan het einde van de dag niet overprikkeld raakt.
  • Je kleintje langzaam laten wennen: kleine stapjes, steeds een beetje meer. Hierdoor kan je kleintje steeds meer prikkels aan en zal het uiteindelijk ook in een lekkerder ritme terecht komen.
  • Een ritme volgen: zodra je kleintje moe is, leg je het op bed. Probeer niet te rekken om in een mooier schema uit te komen of omdat je visite de kleine nog even wilt zien. Nee, moe is moe en dan is het tijd om te slapen. Blijf daarbij wel goed letten op de wakkertijden en de slaapsignalen, zorg dus voor een goede timing.
  • Je kleintje in een eigen bedje in een rustige omgeving laten slapen: houd het bedje rustig (1 knuffeltje is voldoende) en maak het kamertje niet te druk (geen felle kleuren of speelmobiel in het gezichtsveld). Daarnaast heeft je kleintje echt een rustmoment nodig voordat hij gaat slapen (geen drukke spelletjes). Is je kleintje in dromenland? Dan hoeft het echt niet muisstil te zijn, aangezien hij in je buik ook alle huisgeluiden heeft gehoord. Wat zachte achtergrondgeluiden helpen juist bij het in slaap vallen.
Slaapbooster 2: Routines en rituelen

Zijn deze echt zo belangrijk? Zeker, zowel voor baby als voor iedere leeftijdscategorie die daarna volgt. De kracht van deze slaapboosters worden vaak onderschat, zo hebben we een aantal vaste handelingen (routine) nodig die ons helpen tot rust te komen, om ons over te geven aan de slaap. Negen van de tien keer gaat dit onbewust: douchen, pyjama aan, tandenpoetsen en liggen. Het liefst natuurlijk wel met je eigen kussen en op je linkerzij 😉

Nu weten we dat een bedtijdritueel ervoor zorgt dat je kleintje goed gaat slapen in de nacht. Maar welke functie heeft het nog meer?

  • Duidelijke slaapcue: door de dagelijks terugkerende handelingen zorgt het voor signaaltjes dat het slapen eraan zit te komen (voorspelbaarheid). Deze duidelijke slaapcue draagt bij aan de slaapmodus van je kleintje;
  • Het zorgt voor rust: zo lang de handelingen rustig zijn (geen kiekeboe spelletjes of harde geluiden), kalmeert het je kleintje;
  • Een op een aandacht: het is een mooi moment samen met je kleintje. Houd het overdag kort, ’s avonds mag het iets uitgebreider zijn. Neem er even de tijd voor (30 minuten is lang genoeg), want met een gehaast ritueel krijg je natuurlijk geen rust.

Voorbeeldritueel voor de avond:

Knuffelen, badje, pyjama/slaapzak aandoen, tandenpoetsen, voorlezen/liedje zingen, in bed liggen, een kus, welterusten wensen en gedag zeggen. Dit voorbeeld zorgt voor een gevoel van veiligheid en geborgenheid, waardoor je kleintje zich over durft te geven aan zijn slaap.

  • Vanaf welke leeftijd starten? Hoe jonger hoe beter, maar vanaf ongeveer 4 maanden gaat het echt werken als slaapbooster;
  • Moet je altijd een bedtijdroutine toepassen? Ja, zeker wanneer je wilt je zorgen voor een duidelijke slaapcue;
  • En als laatste: vergeet niet te genieten van deze waardevolle momentjes samen, voor je het weet hebben ze hun eigen ritueeltje 😉
Slaapbooster 3: Slaapassociaties

Slaapassociaties zijn dingen die je nodig hebt om in slaap te vallen. Dit begint al op hele jonge leeftijd, denk bijvoorbeeld aan: een inbakerdoek, een voeding of de aanwezigheid van mama. Naarmate een kindje ouder wordt kunnen voorwerpen steeds belangrijker worden, zoals bijvoorbeeld een lievelingsknuffel of een speen (en wat is het dan lastig als je de lievelingsknuffel bent vergeten ;)). Een slaapassociatie kan afhankelijk en onafhankelijk zijn en als er veel strijd is bij het slapen kan een slaapassociatie ook negatief worden.

Een goed bedtijdritueel bouw je op door de juist slaapassociaties te geven. Klinkt logisch, maar hoe doe je dat?

  1. Allereerst met dingen die nodig zijn om je kleintje veilig en goed te laten slapen. Denk bijvoorbeeld aan een slaapzakje.
  2. Daarna kies je voor dingen die er altijd zijn om je kleintje troost en geborgenheid te geven. Bijvoorbeeld een speentje i.p.v. de borst.
  3. En als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: de routine voor het slapengaan. De volgorde van dingen associeert je kleintje met lekker slapen (zie slaapbooster 2).

Maar zoals eerder genoemd heb je ook afhankelijke en negatieve slaapassociaties, welke zorgen voor een minder goede slaapbasis. Een kleintje weet dan niet hoe het zelf in slaap kan vallen, heeft hierbij hulp nodig en uiteindelijk zorgt dit voor onrustige slaap. Hoe kan je dit voorkomen?

  • Laat je kleintje niet op een voeding in slaap vallen;
  • Belangrijk is om je kleintje wakker in bed te leggen;
  • Werk met slaapsignalen in combinatie met wakkertijden;
  • Zorg voor troost wanneer dit nodig is.

Heeft jouw kleintje een afhankelijke of negatieve slaapassociatie en lukt het niet om deze af te bouwen? Neem dan contact met mij op, ik kijk graag met je mee.

Themamaand september: slaapboosters!

Volgende week volgt deel 4. Graag eerder contact of heb je vragen over het slaapgedrag van jouw kleintje? Stuur mij dan een berichtje.

Maayke

Pedagoog, onrustdeskundige en kinderslaapcoach